Bokkenstal

Bij ons op de boerderij worden de mannetjes van schapen en geiten in een aparte wei gehouden. Op stadsboerderij De Korenmaat staat daarvoor een apart bokkenhok in de Dijkwei. Ons andere boerderij, Stadsboerderij Presikhaaf, heeft geen rammen en bokken, alleen vrouwelijke schapen en geiten. Bij schapen heten de mannetjes rammen, bij geiten heten de mannetjes bokken.

Korenmaat-Bokkenstal_FAM5512

Wij houden de bokken vooral om het ras in stand te houden. De bokken zijn groter dan vrouwtjesgeiten en hebben lange, achterwaarts gebogen, geribbelde hoorns en een sik. De hoorns van de bok blijven groeien. Hoe zwaarder en langer de hoorns, hoe ouder de bok. Bokken besproeien zichzelf met urine, waardoor ze een erg sterke lichaamsgeur hebben. Op de foto onder en boven zie je een Texelaar-ram en een bok. De rammen van sommige schapenrassen (zoals de Texelaar) hebben geen hoorns!

Korenmaat-Bokkenstal_FAM5521

Dekperiode

Van half oktober tot en met half december is de dekperiode. In die tijd zorgen we ervoor dat onze geiten zo raszuiver mogelijk gedekt worden. In de dektijd zijn de geiten bronstig (ritsig) en mekkeren de hele dag door. De bokken ruiken nog sterker dan normaal wat de geiten extra aantrekt. In de dektijd mogen de bokken naar de verblijven van de geiten, daarna gaan ze weer naar hun ‘mannenverblijf’. De draagtijd is ongeveer 5 maanden.

Ook de rammen mogen tijdens de dekperiode bij de schapen. Schapen en geiten hebben een ovulatie die daglichtlengtegebonden is. De ovulatie begint zodra de het op een dag minder dan 14 uur licht is, ongeveer half oktober.

Korenmaat-schaap_FAM5582

Een ram tijdens de dekperiode (Texelaar, zonder hoorns) met dekblok samen in de wei met een schaap (Drents heideschaap, met hoorns) op de achtergrond.

Schaap-Korenmaat_FAM5462

Een Drents heideschaap dat gedekt is door een ram, te zien aan haar gekleurde achterwerk.

Stadsboerderij De Korenmaat is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem