Ganzen

Voortplanting
Het ganzenvrouwtje bouwt een nest op de grond. Ze bekleedt het met dons, dat ze van haar eigen borst plukt. Ze legt 3 tot 8 eieren. Terwijl het vrouwtje broedt, houdt het mannetje de wacht. Na vier weken komen de kuikens uit de eieren.

Jongen
De jongen zijn nestvlieders en verlaten het nest dus al snel. De ouders houden ze nog wel warm en bewaken ze. Voedsel zoeken doen de kuikens zelf. Na twee maanden leren de kuikens vliegen en gaan ze helemaal voor zichzelf zorgen.

Leefomgeving
De sloot naast de wilgenlaan is de vaste verblijfplaats voor de tamme (witte) boerengans en Twentse landgans. Deze vogels zijn binnen moeilijk te huisvesten vanwege onderlinge onverdraagzaamheid.
Als er genoeg planten en struiken zijn ter beschutting tegen regen, harde wind of kou, hebben ganzen geen hok nodig. Het is wel belangrijk, dat er water in de buurt is om in te baden, te paren of in weg te vluchten. Omdat ganzen landvogels zijn, hoeft de vijver of sloot niet al te groot te zijn. In de winter houden we het water in de sloot open. Bij strenge vorst zorgen we voor schuilgelegenheid, bijvoorbeeld in de vorm van opgestapelde strobalen.

Korenmaat-ganzen-20150510_FAM3403-21920-x-10801-500-sec

Ganzen-weetjes

  • Als de wei groot genoeg is, kunnen ganzen heel goed met andere dieren in de wei zijn. Bijvoorbeeld tussen de koeien, paarden of schapen.
  • Om te zorgen dat wilde ganzen niet weg vliegen, worden ze soms gekortwiekt. Dit betekent, dat je de veren van een vleugel zo knipt dat vliegen niet goed lukt. Onze ganzen zijn niet gekortwiekt. Ze zijn tam en vliegen niet weg.

Stadsboerderij De Korenmaat is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem