Geiten

Veel mensen denken dat alleen mannetjes hoorns hebben. Dat is niet zo. Zowel mannetjes als vrouwtjes kunnen hoorns dragen. Maar er bestaan ook hoornloze rassen. Die van de mannetjes (bokken) zijn groter dan van de vrouwtjes. De hoorns van de geiten groeien door. Dus hoe zwaarder en langer de hoorns, hoe ouder het dier. Bokken besproeien zichzelf met urine in de paartijd, waardoor ze een sterke lichaamsgeur hebben.

Op boerderijen houden ze geiten vooral voor de melk en het vlees. Van de melk maken ze kaas. In Nederland wordt weinig geitenvlees gegeten. Vlees wordt voornamelijk aan het buitenland verkocht. Op onze stadsboerderijen staan in totaal zo’n 50 geiten. Wij houden ze vooral om de verschillende rassen in stand te houden. Er zijn op de wereld wel 200 soorten geiten, bijvoorbeeld:

Voortplanting
Na ongeveer vijf maanden worden de kleine geitjes geboren, dat is in het vroege voorjaar. Heel vaak zijn dat tweelingen. Maar eenlingen en drielingen zie je ook vaak.

Jongen
De geitenlammetjes drinken melk uit de uier van hun moeder. Aan de uier zitten twee spenen. Als er meer dan twee lammetjes zijn, moeten ze op hun beurt wachten.
Geiten zijn heel nieuwsgierig en ondeugend. Daarom zijn jonge geitjes vaak zo grappig. Ze proberen van alles uit.

Voeding
Geiten eten het liefst lang gras, takken en schors en blaadjes van bomen en struiken. ‘s Winters kunnen ze niet zonder hooi als er onvoldoende gras is. Bij onze boerderij krijgen ze behalve hooi en gras ook speciaal biologisch voer.
In onze stallen hangen bordjes met de tekst ‘Geiten en schapen niet voeren.’ Hoewel ze graag een broodje of appeltje aanpakken, worden ze er snel ziek van. Ze krijgen er diarree van en dit kan leiden tot uitdroging. Brood kan zorgen voor pensverzuring, dit is een ernstige aandoening waar geiten zelfs dood aan kunnen gaan. Geiten zijn ingesteld op voeding met een lage voedingswaarde zoals gras, hooi en twijgen. Kortom: De geiten en schapen niet voeren, het is niet goed voor ze.
Hooi is gedroogd gras. In de zomer groeit er zoveel gras, dat de boer het kan maaien. Als het gras droog genoeg is, wordt het in balen verpakt. Met hooi kunnen dieren in de stal worden bijgevoerd. Stro is het restprodukt van graan. Als het graan geoogst wordt voor de korrels, blijven de stelen over. Deze stelen worden verpakt tot strobalen. Stro ligt in de stal op de grond. Het heeft weinig voedingswaarde meer. Sommige dieren knabbelen eraan, maar het is geen voedsel voor ze.

Leefomgeving
Geiten kunnen in de zomer en winter naar buiten. Het is belangrijk, dat er een schuilplek is tegen de regen. ’s Avonds gaan ze graag naar binnen. Ze staan in een ruime, tochtvrije stal met droog stro op de vloer en vers hooi in de ruif. Geiten hebben een hekel aan koud en nat weer. Ze worden dan snel ziek. Daarom staan ze met zulk weer bij ons in de stal. Maar het liefst staan ze buiten in de wei.

In z’n eentje is een geit erg ongelukkig. Dat laat hij dan goed horen door heel hard te mekkeren. Het is een echt kuddedier. Ze hebben een hele goede neus en zijn heel nieuwsgierig. Ze klimmen graag en daarom hebben we een een oude kar in de weide staan: ze kunnen erop klimmen of eronder schuilen tegen de regen. Geiten breken makkelijk uit. Een goede omheining of schrikdraad is echt nodig.

Geiten stadsboerderij De Korenmaat

Geiten-weetjes

  • Een mannetjesgeit noemen we bok. Een vrouwtjesgeit heet gewoon geit. En een jong geitje noemen we een geitenlammetje.
  • Op Stadsboerderij De Korenmaat zie je witte melkgeiten en bonte geiten.
  • Geiten hebben een lekker warme vacht. Ze hebben ook een soort zomer- en wintervacht. Als ze gaan verharen, jeukt dat flink. De gele borstel in de stal helpt om de losse haren eruit te krijgen. En… sommige geiten vinden het gewoon heel erg lekker om af en toe eens lekker geborsteld te worden.
  • De jonge geitjes die je op de boerderijen ziet, zijn rasgeiten. Op deze manier kunnen we jullie verschillende soorten laten zien.

 

Stadsboerderij De Korenmaat is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem