Konijnen

Konijnenrassen variëren erg in grootte, kleur, vachtlengte en stand van de oren. Er zijn 4 categoriën: klein, middelgroot, groot en rassen met een bijzondere haarstructuur. Op onze beide stadsboerderijen kiezen we ervoor om Nederlandse konijnenrassen te laten zien. Alles bij elkaar hebben we zo’n 50 konijnen.

Voortplanting
Het duurt ongeveer een maand, voordat jonge konijntjes geboren worden. Meestal zijn dat er een stuk of vier tegelijk.

Jongen
Als de jongen net geboren zijn, liggen ze goed verstopt in een warm nest in het hok. Konijnen zijn nestblijvers. Dat betekent dat ze kaal worden geboren met hun oogjes dicht en ze kunnen nog niet lopen. Ze zijn dan nog heel kwetsbaar. Ze drinken een maand lang elke dag één keer melk bij hun moeder. Na 10 dagen gaan de oogjes open. En na twee weken zie je de jonge konijntjes lekker rondscharrelen in het hok.

Voeding
Konijnen eten het liefst gras en hooi. Hierin zitten vezels. Die zijn nodig om te voorkomen dat konijnen diarree krijgen. Bladgroenten zijn een lekkere en gezonde aanvulling waar ze dol op zijn. Het beste is om kleine stukjes van zo veel mogelijk verschillende groenten tegelijk te geven. Voorbeelden van goede groenten zijn: andijvie, veldsla, broccoli, venkel, bleek-/knolselderij, koolrabi, wortels en wortelloof, loof van radijsjes, blaadjes witlof, paksoi, peterselie of selderij. Je kunt ook wat gras plukken voor je konijn of paardenbloemblad. Pas wel op met prei, ui, bieslook, bonen, erwten, maïs, kool en spruitjes. Ook teveel klaver is niet goed. Van deze groenten en kruiden kunnen ze gasvorming krijgen en daar worden ze heel ziek van. De konijnen op de boerderij krijgen standaard ook brokjes. We moeten wel oppassen dat we niet teveel voeren. Ze eten graag door en worden al snel veel te dik.

De tanden van konijnen groeien altijd door. Daarom hebben ze voer nodig dat ervoor zorgt, dat hun tanden voorzichtig kunnen slijten. Wij zorgen ervoor dat er altijd een flinke tak in het hok ligt om op te knagen. Als tanden te lang worden, kunnen ze niet goed meer eten en worden te mager en ziek. We geven geen knaagsteen, daarin zit te veel kalk. Een lekkere stok is goed genoeg.

Huisvesting
Konijnen leven graag in groepen, maar kiezen er ook vaak voor om alleen te zijn. Daarom zijn onze konijnenhokken zo gemaakt, dat de konijnen genoeg ruimte hebben om samen te zijn of een ander hok of verblijf te kiezen om alleen te zijn.
In dit filmpje zie je hoe heerlijk onze konijnen het vinden om buiten te zijn.

Konijnen op de boerderij

Konijnen-weetjes

  • Een mannetjeskonijn heet een rammelaar. Een vrouwtjeskonijn is een voedster of een moer. Het jong heeft een moeilijke naam: een lamprei.
  • Een voedster maakt het nest lekker warm en zacht met vacht van haar buik.
  • De meeste konijnen wonen in een hok. Dit moet ruim genoeg zijn en geregeld schoon gemaakt worden. Het is fijn, als het konijn genoeg te doen heeft. Een tak om aan te knabbelen en een nachthokje om in te schuilen of op te zitten, zorgt ervoor dat het konijn zich niet gaat vervelen.
  • Wist je dat een konijn met zijn oren kan ‘praten?’ Oren omhoog betekent dat het konijn oplet en luistert. Oren naar achteren en staart omhoog betekent: Pas op!
  • Kou is geen probleem voor konijnen. Tocht, vocht en hitte wel. Konijnen houden niet van regen en natte voeten. Dan worden ze snel ziek. In het hok moet altijd een droge en beschutte plek zijn voor het konijn.
  • Konijnen graven graag. Als je een buitenverblijf maakt, is het belangrijk om het hekwerk ver genoeg in te graven, zodat de konijnen hun eigen gangen kunnen graven zonder uit te breken.

Stadsboerderij De Korenmaat is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem