Paddenpoel

Poelen zijn voor amfibieën  zoals kikkers, padden en salamanders van levensbelang. Op een groot aantal plaatsen in Nederland is er wel voldoende geschikte leefruimte op het land. Goede wateren waarin ze zich kunnen voortplanten ontbreken echter vaak. Door het aanleggen van poelen kan een leef- en voortplantingsgebied voor amfibieën geschikt worden gemaakt. Je hebt er niet zoveel oppervlakte voor nodig, een poeltje is vaak maar een klein deeltje  van een gebied. De positieve invloed van zo’n poel op het aantal soorten kan opvallend groot zijn.

Korenmaat-paddenpoel_DSC1614

Poelen zijn niet alleen belangrijk als voortplantingswater voor amfibieën. Ze brengen ook variatie in het landschap. Meer variatie betekent meer planten- en diersoorten. Poelen kunnen dienen als groeiplaats voor water- en moerasplanten, als leefgebied voor insecten en andere ongewervelden.

Niet alleen de poel zelf maar ook het talud boven de waterlijn kan heel geschikt zijn voor bepaalde dieren. Denk aan warmte minnende insecten die hun nesten kunnen maken in de warme noordoever als daar de zon op kan schijnen. Poelen zijn ook een drinkplaats voor vogels en zoogdieren, vooral in droge tijden.

Korenmaat-paddenpoel_DSC1611

Inrichting poel

Voor een paddenpoel is het belangrijk dat vooral de noordelijke oever open in de zon blijft liggen. Hoge begroeiing rondom een poel is daarom ongunstig. Watertjes in bossen zijn bijvoorbeeld vaak te koud voor amfibieën door de omringende bomen die het zonlicht wegnemen. De hellinghoek van de noordoever mag niet steiler zijn dan 1:2. Dan kunnen de dieren nog op de oever kruipen of erop zonnebaden. Aan een andere zijde van de poel is wat ruigere begroeiing zoals een takkenwalletje gunstig als schuilplek. Op de ruigteplanten komen insecten af die door de amfibieën gegeten worden. Het water zelf moet ondiepe stukken hebben (maximaal een meter diep) zodat het snel kan opwarmen maar ook diepe delen waarin de larven veilig kunnen groeien. Boerderijen zijn vaak een goede plek voor de aanleg van een poel. Vaak is er wel een hoekje op het erf beschikbaar. Ook bij weilanden worden steeds vaker poeltjes gegraven.

Korenmaat-paddenpoel_DSC1613

Vissen in een paddenpoel

Het is niet de bedoeling dat in een paddenpoel veel vis zit. Vissen eten de eitjes en de larfjes van de amfibieën zodat van voortplanting niets meer terecht komt.
Je kunt niet helemaal voorkomen dat er vis in de poelen terechtkomt. De visseneitjes kunnen meegenomen worden door watervogels (eenden, meerkoeten). Visseneitjes blijven soms plakken aan de poten van watervogels. Mocht de hoeveelheid vis in een poel te groot worden, kun je vissen eruit halen en overzetten in een ander water.

Ontstaan

De paddenpoel op Stadsboerderij De Korenmaat is ontstaan door het afgraven van klei. Hij was er al in 1937 en misschien nog wel eerder. Lange tijd was het een waterreservoir van waaruit de boomgaarden werden bevloeid en beregend. Voordat de huizen van de Gaardenhage hier werden gebouwd, stonden hier namelijk fruitbomen. Het waterreservoir had een lange rechte vorm met steile oevers. Toen het natuurcentrum deze boerderij en de bijbehorende gronden heeft overgenomen is een en ander in de loop der jaren aangepast. Zo hebben we van het strakke waterreservoir een paddenpoel gemaakt. De oevers werden voor een deel glooiend gemaakt, de vorm van het water wat natuurlijker. Rondom de plas is natuurlijke beplanting aangebracht die kan verruigen.

Wil je zelf een poel aanleggen of meer weten? : Aanleg poel

Korenmaat-paddenpoel_FAM5544

Stadsboerderij De Korenmaat is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem