Travalje

Een travalje, ook wel hoefstal genoemd, maakt het de hoefsmid makkelijk om paarden te bekappen en beslaan. Het paard wordt vastgezet in deze constructie zodat hij er vrijwel niet meer uit kan. Door middel van bijvoorbeeld een touw kan de hoefsmid de hoeven eenvoudig optillen. Met het touw wordt een been opgetild en in een steun gelegd. Door het touw nogmaals om de onderkant van het been en de steun te draaien, wordt de hoef vastgezet. De hoefsmid kan daarna de hoef bekappen en/of beslaan zonder het risico te lopen om een trap te krijgen of het volle gewicht van het paard op zich te krijgen.

De travalje stamt van halverwege de 18de eeuw, en is waarschijnlijk Frans van oorsprong. De Franse legers voerden met een kar een mobiele travalje met zich mee, zodat de paarden onderweg door een hoefsmid bijgehouden konden worden. Voor de komst van de travalje werden de paarden in Nederland voor het beslaan gewoon aan de muur van de boerderij vastgezet.

Travaljes vind je vooral in grote delen van Zeeland en een gedeelte van Zuid-Holland, en in België. Ze waren vaak geplaatst in de buurt van de hoefsmederij, meestal in de lengterichting van de gevel, en hadden een centrale functie in het dorp. Een enkeling had er één binnen staan, maar de meeste travaljes stonden in de open lucht, sommige overdekt. De oorspronkelijke houten travaljes bestaan haast niet meer, de huidige travaljes zijn meestal van ijzer gemaakt en nagenoeg allemaal verplaatsbaar.

In dit fotoalum zie je hoe onze hoefsmid gebruik maakt van de travalje om de hoeven van onze paarden te verzorgen.

Korenmaat-hoeven-bekappen-_DSC0720

 

Stadsboerderij De Korenmaat is onderdeel van Natuurcentrum Arnhem